De najaarsschaduw van de gotische roman

Literaire geschiedenis · Gotische romans · 3 minuten lezen

Er bestaat in oktober een uur waarop het licht al verdwijnt voordat de avond is begonnen en de tuin achter het raam overgaat in een omtrek van takken en mist. Wie dan een gotische roman opent, treft een wereld aan die zich naadloos voegt naar die daarbuiten. Dat het genre en het seizoen bij elkaar horen, is voor veel lezers een vanzelfsprekendheid geworden, maar de gewoonte heeft een eigen geschiedenis, en die begint niet bij de herfst.

Een genre in een tijdperk van rede

In 1764 verscheen The Castle of Otranto van Horace Walpole, algemeen beschouwd als de eerste gotische roman. Walpole gaf het boek uit als de vertaling van een middeleeuws Italiaans manuscript en maakte pas in de tweede druk, in 1765, bekend dat hij zelf de schrijver was. De mystificatie past bij een tijdperk dat zich de Verlichting noemde en het verstand tot maatstaf verhief. Wat de rede buiten beschouwing liet, bleef de verbeelding bezighouden. Walpole bouwde zijn eigen landhuis, Strawberry Hill, om tot een neogotisch bouwwerk met spitsbogen en schaduwrijke gangen, alsof hij zijn roman in steen wilde voortzetten.

De kunst van het verzwegene

Aan het einde van de achttiende eeuw vond het genre zijn grote publiek, in belangrijke mate dankzij Ann Radcliffe. In The Mysteries of Udolpho (1794) volgt de lezer een jonge vrouw door kasteelmuren en bergpassen, maar de schrik komt zelden van wat zich werkelijk vertoont. Hij ontstaat uit wat zich achter een gesloten deur zou kunnen bevinden. Onder die decors lagen bovendien kwesties die weinig met spoken te maken hadden: verboden liefde, misbruik van gezag, de beperkte vrijheid van vrouwen. Het stormachtige landschap gaf aan die spanningen een zichtbare vorm. Dat de bekendste gotische roman van allemaal, Frankenstein (1818), is ontstaan tijdens de natte, koude zomer van 1816 aan het Meer van Genève, toont dat de herfst nooit de bron van het genre is geweest.

De schrik ontstaat uit wat zich achter een gesloten deur zou kunnen bevinden.

Het najaar als decor

Het verband werd gaandeweg gelegd. Edgar Allan Poe laat The Fall of the House of Usher (1839) uitdrukkelijk beginnen op een sombere herfstdag, en de Victoriaanse schrijvers bewaarden hun spookverhalen voor de lange winteravonden, zoals Dickens deed in A Christmas Carol (1843). De symbolen die het najaar aanreikt, bleken bovendien opvallend goed te passen. Vallende bladeren spreken van vergankelijkheid, mist verhult wat verderop ligt en de vroege duisternis geeft aan twijfel alle ruimte. In Jane Eyre van Charlotte Brontë, in Dracula van Bram Stoker en in Rebecca van Daphne du Maurier woont het gevaar niet in een bovennatuurlijk wezen alleen, maar in geheimen die met zorg zijn bewaard.

Een zorgvuldig bewaard geheim

Dat verklaart waarom het genre zijn greep behoudt. Wie zich op een winderige avond in zulk een verhaal terugtrekt, bevindt zich veilig binnen en toch dicht bij de onrust die het seizoen oproept. De gotische literatuur hoort bij de herfst omdat beide hetzelfde onderwerp hebben: de langzame ontbinding van wat zeker leek en het besef dat wat verborgen ligt, zelden voorgoed zwijgt.


Verder lezen

Uit de bibliotheek

Dracula

Bram Stoker, 1897. Een roman waarin het gevaar schuilt in wat verzwegen wordt. Naar de boekpagina

Uit de bibliotheek

Jane Eyre

Charlotte Brontë, 1847. Een jonge vrouw en een huis dat zijn geheim bewaart. Naar de boekpagina

Uit het archief

Keats en To Autumn: de wandeling die een meesterwerk baarde

Over het herfstgedicht dat tijdens een wandeling bij Winchester ontstond. Lees het artikel

Uit het archief

Het jaar zonder zomer: literaire impact

De koude zomer van 1816 en wat hij de literatuur naliet. Lees het artikel


Ontdek meer van De Fluistertafel

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Heb jij dit boek gelezen? Deel hieronder je indruk, favoriete moment of wat het verhaal bij jou heeft losgemaakt. Jouw reactie helpt andere lezers om nieuwe boeken te ontdekken.