Het Jaar Zonder Zomer: Literaire Impact
Het jaar zonder zomer, en de literatuur die eruit voortkwam
In augustus verwachten we de volheid van het jaar. Het is de maand die vroeger oogstmaand heette, genoemd naar de belofte die zij inloste: graan dat rijpt, licht dat lager en warmer valt, een land dat zijn arbeid beloond ziet. Toch is er een augustus geweest waarin die belofte uitbleef, en juist die mislukking heeft de loop van de literatuur veranderd.

In april 1815 kwam op het eiland Sumbawa de vulkaan Tambora tot uitbarsting, de zwaarste eruptie waarvan de geschiedenis weet heeft. De as steeg tot in de hoge luchtlagen en trok als een sluier om de aarde. Een jaar later, in 1816, weigerde de zomer te komen. In de zomermaanden viel sneeuw over New England, bevroor het graan op de velden van de Lage Landen en Zwitserland, en bleef de oogst uit. Tijdgenoten spraken van het jaar zonder zomer. Het was een ramp die zich niet als donder aandiende maar als een traag uitblijven, een licht dat maar niet doorbrak.
In dat sombere seizoen streek een klein gezelschap neer aan het meer van Genève. Lord Byron had er een villa betrokken, en in zijn gezelschap verkeerden de jonge dichter Percy Bysshe Shelley, geboren op 04/08/1792, zijn latere echtgenote Mary en de arts John Polidori. De aanhoudende regen hield hen binnen. Om de avonden te vullen stelde Byron voor dat ieder van hen een spookverhaal zou schrijven. Uit die opdracht, geboren uit verveling en grauw weer, kwam de debuutroman van Mary Shelley voort: Frankenstein, tot op vandaag een van de invloedrijkste boeken die wij kennen.
Wat dit voorval zo veelzeggend maakt, is de rol die de natuur erin speelt. Zij is hier geen decor, geen vriendelijke achtergrond waartegen mensen hun verhalen vertellen. Zij is de aanleiding zelf. Een vulkaan aan de andere kant van de wereld ontnam Europa zijn zomer, en die ontbering dreef een handvol schrijvers naar binnen, naar de haard, naar de verbeelding. De natuur schreef mee.
Hierin ligt de wortel van wat wij de natuurschrijver noemen, de figuur die in het thema van deze week centraal staat. De natuurschrijver kijkt niet naar het landschap als naar een schilderij, maar verstaat het als een kracht die het menselijk leven vormt en soms ontwricht. Shelley, wiens geboortemaand wij deze week gedenken, wist dat als geen ander. Zijn beroemde vraag, of de lente na de winter nog ver kan zijn, is geen troostende gemeenplaats maar een vraag, gesteld door iemand die de winter werkelijk had gevoeld.

Zo bezien is augustus niet enkel de maand van de rijpe oogst. Het is ook de maand die ons eraan herinnert dat de oogst kan uitblijven, en dat de literatuur juist op zulke breuklijnen haar diepste werken vindt. Wie deze maand het licht over de velden ziet vallen, mag bedenken dat er een jaar was waarin dat licht niet kwam, en dat wij aan die duisternis enkele van onze onvergetelijkste verhalen te danken hebben.
Ontdek meer van De Fluistertafel
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Eén reactie