Matthias M.R. Declercq

1985 ( België )

Matthias M.R. Declercq behoort tot de generatie Vlaamse auteurs die de literaire non-fictie tot een volwaardig genre hebben gemaakt. Hij schrijft over gesloten gemeenschappen en over levens die door één gebeurtenis kantelen, en doet dat door maandenlang te gaan wonen op de plek waarover hij schrijft. Zijn boeken lezen als romans, maar berusten op onderzoek dat jaren in beslag neemt. Wie hem leest krijgt geen oordeel voorgeschoteld, maar een wereld die zich langzaam laat betreden.

Biografie

Matthias M.R. Declercq werd in 1985 geboren in West-Vlaanderen en woont in Gent, waar hij politieke en sociale wetenschappen studeerde. Zijn exacte geboortedatum is niet publiek gedocumenteerd. Literatuur speelde in zijn jeugd nauwelijks een rol. Naar eigen zeggen had hij tot zijn vijfentwintigste amper een boek aangeraakt, en het was de journalistiek die hem de taal deed ontdekken. Na zijn studies kwam hij terecht op de redactie van De Morgen; sindsdien schrijft hij als freelancer voor onder meer De Morgen, Humo en het wielermagazine Bahamontes.

Zijn debuut De val verscheen in oktober 2016 bij Manteau. Het boek reconstrueert het lot van vijf jonge wielrenners uit het Scheldepeloton, de groep die tussen Gent en Oudenaarde samen trainde met dezelfde ambitie: Iljo Keisse, Wouter Weylandt, Dimitri De Fauw, Bert De Backer en Kurt Hovelijnck. Wat begint als een verhaal over jeugdvriendschap en over de belofte van het profbestaan, groeit uit tot een onderzoek naar wat er gebeurt wanneer die droom werkelijkheid wordt en het leven zwaarder blijkt dan de ambitie. Het boek kende meerdere drukken, kreeg in 2017 een eervolle vermelding bij de Debuutprijs en verscheen in 2021 in een herziene uitgave. In datzelfde jaar zond Canvas de zesdelige documentairereeks Het Scheldepeloton uit, gebaseerd op het boek.

De doorbraak kwam met De ontdekking van Urk, dat op 13/10/2020 bij uitgeverij Podium verscheen. Declercq trok naar het Nederlandse vissersdorp en woonde er maandenlang bij een gastgezin, om van binnenuit te begrijpen hoe geloof, arbeid, familie en achterdocht een gemeenschap vormen die zich al eeuwen van de buitenwereld afkeert. Hij schreef geen aanklacht maar een portret, waarin bewondering en ongemak naast elkaar mogen bestaan. Het boek werd een bestseller met tienduizenden verkochte exemplaren, ontving in 2021 zowel de jury- als de publieksprijs van de Confituur Boekhandelsprijs en werd bekroond met De Loep 2020 in de categorie signalerende onderzoeksjournalistiek. Daarnaast stond het op de shortlist van de Brusseprijs 2021 voor het beste journalistieke boek.

Voor zijn derde boek reisde hij naar Tanana, een afgelegen dorp aan de Yukon in Alaska, op zoek naar een jeugdkennis die er decennia eerder naartoe emigreerde. Vier seizoenen lang leefde hij tussen inheemse Athabasken, oud militairen, verouderde tegenculturele figuren en wetenschappers, in een wildernis die door de klimaatverandering onder zijn bewoners vandaan verandert. Tanana. Weg van de wereld in Alaska verschijnt op 08/09/2026 bij De Bezige Bij en was op het ogenblik van deze beschrijving nog niet uitgebracht.

Binnen het Nederlandse taalgebied geldt Declercq intussen als een van de meest overtuigende beoefenaars van de lange, meeslepende reportage. Zijn methode is die van de onderdompeling: hij vestigt zich voor lange tijd op de plek waarover hij schrijft, wint vertrouwen, en laat de gemeenschap zichzelf tonen in plaats van haar te verklaren. Dat hij daarbij zowel journalistieke onderscheidingen als de waardering van boekhandelaren en lezers verwierf, tekent de plaats die hij inneemt op de grens tussen journalistiek en literatuur.

Eervolle vermelding, Debuutprijs 2017, voor De val
Confituur Boekhandelsprijs 2021, zowel jury- als publieksprijs, voor De ontdekking van Urk
De Loep 2020, categorie signalerende onderzoeksjournalistiek, uitgereikt in 2021, voor De ontdekking van Urk

Declercq schrijft literaire non-fictie en lange reportage, met een voorkeur voor gesloten gemeenschappen en voor levens die door één gebeurtenis kantelen. Zijn stijl is sober en beeldend: korte scènes, veel dialoog, weinig commentaar. De schrijver blijft aanwezig als waarnemer, maar laat het oordeel aan de lezer.