Bas Kwakman

( )

Bas Kwakman behoort tot de figuren die de Nederlandse poëziewereld van binnenuit kennen zonder er zelf het middelpunt van te willen zijn. Zestien jaar lang leidde hij Poetry International in Rotterdam, en pas daarna groeide hij uit tot een schrijver met een eigen, herkenbaar oeuvre van memoires, reisverhalen en, met Willem Spark, fantoomcomponist, een historische roman. Wie zijn werk leest, krijgt een scherpe, zelfrelativerende blik op de wereld achter de festivals, de hotelkamers en de dichters, geschreven door iemand die tegelijk tekenaar, organisator en verteller is.

Biografie

Bas Kwakman werd geboren in 1964. Hij werd opgeleid als beeldend kunstenaar en als docent tekenen, schilderen en kunstgeschiedenis, en voltooide later een opleiding marketing en management voor kunst en cultuur. Die dubbele achtergrond, de ateliervloer en het kantoor van de kunstinstelling, tekent zijn hele loopbaan. Hij werkte als zelfstandig kunstenaar en als project- en marketingmanager voor grote kunstinstellingen in Rotterdam, de stad waarmee zijn naam sindsdien verbonden is.

In 1996 richtte hij samen met anderen Tortuca op, een tijdschrift en uitgeverij voor literatuur en beeldende kunst, waarvan hij redacteur was. Met tekenaar Edwin Smet vormde hij bovendien de kleine uitgeverij Kwakman & Smet, die enkele publicaties verzorgde. In 2003 werd hij benoemd tot directeur van Poetry International in Rotterdam, het festival dat sinds 1970 dichters uit de hele wereld naar de stad haalt. Het bestuur twijfelde aanvankelijk of hij, als beeldend kunstenaar, wel kon meepraten met de groten van de wereldpoëzie. Hij leidde het festival zestien jaar, bouwde de website Poetry International Web uit tot een van de belangrijkste internationale platforms voor poëzie, en reisde de wereld rond op zoek naar dichters, van Colombia tot China en Mongolië. In 2018 ontving hij in Mexico-Stad de Ioannes Paulus Bressensis-prijs voor zijn verdiensten voor de poëzie.

Schrijven kwam voor Kwakman relatief laat, en aanvankelijk in de marge van zijn werk. Samen met de Vlaamse dichter Lies van Gasse maakte hij in 2014 Een stem van paardenhaar, een samenwerking van tekst en beeld. Zijn prozadebuut Hotelkamerverhalen (2017) bundelt veertig anekdotische stukken over hotelverblijven in twintig landen tussen 2004 en 2016, elk voorzien van een geaquarelleerde tekening van de kamer. Daarin schetst hij de tragikomische werkelijkheid van het poëziecircuit, met portretten van onder anderen Derek Walcott. Op 01/08/2019, na het vijftigjarig jubileum van het festival, legde hij zijn functie als directeur neer om zich op schrijven en tekenen toe te leggen. In datzelfde jaar verscheen In poëzie en oorlog, zijn persoonlijke verslag van vijftig jaar Poetry International en van zijn eigen zestien jaar aan het roer, dat hij op 14/06/2019 tijdens de jubileumeditie presenteerde. De stad Rotterdam onderscheidde hem bij zijn afscheid met een cultuurpenning.

De keerzijde van die loopbaan kreeg een eigen boek. In 2017 waren zijn migraineaanvallen zo hevig geworden dat hij zich ziek moest melden. Flankhond. De geschiedenis van mijn hoofdpijn (2021) legt dat jaar vast in een combinatie van dagelijkse pijnregistraties, bezoeken aan allerlei hulpverleners en een onverbloemd zelfonderzoek naar de prijs van een leven in het kunstmanagement. De kritiek prees de talloze sprekende metaforen waarmee hij pijn beschrijft en de droge humor waarmee hij de therapeutische sessies te lijf gaat. Naast zijn boeken werkt hij met musici: met cellist Hans Woudenberg en gitarist Lukas Simonis maakte hij de poëziecyclus Zerewind, in 2022 verscheen de cd Klankcatalogus en in 2023 schreef hij de cyclus De zee en de kathedraal voor kunstenaar Emma van Noort.

Met Willem Spark, fantoomcomponist zet Kwakman de stap naar de roman. Het boek, aangekondigd bij De Arbeiderspers voor 27/10/2026, speelt in het kleinseminarie Beekvliet in Sint-Michielsgestel, dat tijdens de Duitse bezetting als gijzelaarskamp diende en waar gegijzelde intellectuelen en kunstenaars elkaar met lezingen op de been hielden, de omgeving waarin ook Simon Vestdijks De glanzende kiemcel ontstond. Vijf mannen werken er aan een lezingenreeks over een componist die niet bestaat en alleen is verzonnen om de bezetter om de tuin te leiden. De roman pendelt zo tussen historisch feit en verzinsel, een spel dat in het verlengde ligt van Kwakmans eigen werk tussen woord, beeld en klank.

2018, Ioannes Paulus Bressensis-prijs (Mexico-Stad), voor zijn verdiensten voor de poëzie
2019, cultuurpenning van de stad Rotterdam, bij zijn afscheid van Poetry International

Kwakman schrijft autobiografisch proza, reisverhalen en memoires, en met Willem Spark, fantoomcomponist een historische roman; daarnaast maakt hij poëzie in samenwerking met beeldend kunstenaars en musici. Zijn stijl is die van een nauwgezet observator met een vaardige pen: anekdotisch, zelfrelativerend, rijk aan metaforen en met een droge humor die ernstige onderwerpen draaglijk houdt. Tekst en beeld horen bij hem vaak samen, de tekening is evenzeer verteller als de zin.