Anne Carson

21 juni 1950 ( Toronto, Ontario, Canada )

Anne Carson is een Canadese dichter, essayist en classica die de grens tussen poëzie, essay, vertaling en roman in vers tot haar eigenlijke werkterrein heeft gemaakt. Haar werk leest de Griekse oudheid niet als erfgoed maar als gesprekspartner, en vindt daarvoor telkens nieuwe vormen. Op 08/10/2026 kende de Zweedse Academie haar de Nobelprijs voor Literatuur toe, als bekroning van een oeuvre dat decennialang als het eigenzinnigste van de Engelstalige poëzie gold.

Biografie

Anne Patricia Carson werd op 21/06/1950 geboren in Toronto, als dochter van een bankbediende. Het gezin verhuisde geregeld door Ontario, en als scholier ontdekte zij in een boekhandel een tweetalige uitgave van Sappho die haar fascinatie voor het Grieks wekte. Een leraar Latijn op de middelbare school onderwees haar tijdens de middagpauzes in het Oudgrieks. Zij studeerde klassieke talen aan de Universiteit van Toronto, waar zij tweemaal afhaakte omdat het curriculum haar niet beviel, maar uiteindelijk in 1974 haar bachelor, in 1975 haar master en in 1981 haar doctoraat behaalde, met een proefschrift over Sappho. Daartussen bracht zij een jaar door aan de Universiteit van St Andrews in Schotland, waar zij Griekse metriek en tekstkritiek studeerde bij de classicus Kenneth Dover.

Haar loopbaan als docente oude talen en literatuur strekte zich uit over ruim dertig jaar en over beide zijden van de Atlantische Oceaan: Princeton van 1980 tot 1987, daarna McGill in Montreal, waar zij directeur van de graduate studies in classics werd, en later de University of Michigan, met gastprofessoraten aan onder meer Berkeley, Cornell, Stanford en New York University. Dat academische leven bleef voelbaar in alles wat zij schreef. Haar eerste boek, Eros the Bittersweet (1986), was een bewerking van haar proefschrift en al meteen een genre op zich: een geleerd essay over het verlangen bij Sappho dat tegelijk een persoonlijke meditatie is over wat de liefde en het lezen met elkaar gemeen hebben.

De doorbraak bij een breder publiek kwam met Autobiography of Red (1998), een roman in verzen waarin de mythe van het rode monster Geryon, bekend uit fragmenten van Stesichoros, wordt herschreven als een hedendaags verhaal over een jongen die verliefd wordt op Herakles. Het boek maakte duidelijk wat haar werk sindsdien kenmerkt: een filologische aandacht voor het woord, gekoppeld aan een dichterlijke zoektocht naar nieuwe betekenis. Men in the Off Hours (2000) en The Beauty of the Husband (2001), een fictie-essay in negenentwintig tango’s over een stukgelopen huwelijk, bezorgden haar achtereenvolgens de Griffin Poetry Prize en, als eerste vrouw, de T.S. Eliot Prize. In 2000 ontving zij de MacArthur Fellowship, de zogenoemde genius grant.

Het persoonlijke verlies heeft haar werk herhaaldelijk een nieuwe vorm opgedrongen. Nox (2010), een facsimile van een handgemaakt rouwboek in harmonicavouw, is een elegie voor haar broer Michael, die in 1978 na een arrestatie wegens drugshandel uit Canada vluchtte en in 2000 overleed voordat zij elkaar hadden teruggezien. Het boek verweeft een vertaling van Catullus’ gedicht 101, de klassieke rouwklacht voor een broer, met foto’s, brieven en lexicografische aantekeningen. Ook haar vertalingen van Sappho (If Not, Winter, 2002), Euripides, Sophokles en Aischylos gelden als zelfstandig werk, omdat zij de oude teksten niet overzet maar heropent, vaak met een scherpe, eigentijdse ironie, zoals in Antigonick (2012) en in de stripbewerking van Euripides’ Trojaanse vrouwen (2021) met tekenaar Rosanna Bruno.

Carson werkt sinds vele jaren samen met haar partner, de beeldend kunstenaar Robert Currie, met wie zij in 2022 ook het IJslandse staatsburgerschap verwierf; zij verblijft een deel van het jaar in IJsland. In augustus 2024 maakte zij in een essay in de London Review of Books bekend dat bij haar de ziekte van Parkinson is vastgesteld, een gegeven dat zij, kenmerkend genoeg, meteen tot onderwerp van schrijven maakte. Haar jongste bundel, Wrong Norma (2024), stond op de longlist van de National Book Award. Op 08/10/2026 ontving zij de Nobelprijs voor Literatuur, als negentiende vrouw en tweede Canadees na Alice Munro, voor een oeuvre dat volgens de Zweedse Academie in speelse dialoog met de klassieke traditie nieuwe vormen voor de hedendaagse literatuur heeft geschapen. Het telefoontje uit Stockholm bereikte haar in IJsland; haar eerste reactie luidde dat het gek was.

Nobelprijs voor Literatuur (2026)
Lannan Literary Award for Poetry (1996)
Pushcart Prize (1997)
Guggenheim Fellowship (1998)
MacArthur Fellowship (2000)
Griffin Poetry Prize (2001, voor Men in the Off Hours; 2014, voor Red Doc>)
T.S. Eliot Prize (2001, voor The Beauty of the Husband; eerste vrouwelijke laureaat)
Lid van de Order of Canada (2005)
PEN Award for Poetry in Translation (2010, voor An Oresteia)
Prinses van Asturiëprijs voor Literatuur (2020)
Governor General’s Award for English-language Poetry (2020, voor Norma Jeane Baker of Troy)
PEN/Nabokov Award for Achievement in International Literature (2021)

Carson schrijft poëzie, essays en vertalingen die zich aan elke genre-indeling onttrekken: romans in verzen, fictie-essays, rouwboeken in facsimile, bewerkingen van Griekse tragedies in striptvorm. Haar stijl verbindt de precisie van de filoloog met een droge, vaak komische ironie en een grote vrijheid in vorm en typografie. De klassieke oudheid is bij haar geen decor maar een levende gesprekspartner, waardoor Sappho, Stesichoros en Euripides naast Proust, Emily Brontë en Marilyn Monroe komen te staan.