Alba de Céspedes

11 maart 1911 ( Rome, Italië ) 14 november 1997

Alba de Céspedes behoort tot de schrijfsters die de Italiaanse literatuur van de twintigste eeuw een vrouwelijke stem gaven lang voordat daar een naam voor bestond. Haar romans over huwelijk, moederschap en het verlangen naar een eigen leven werden in de jaren veertig en vijftig in heel Europa gelezen, raakten daarna in de vergetelheid en worden sinds enkele jaren opnieuw ontdekt, mede dankzij de bewondering van Annie Ernaux en Elena Ferrante. Wie haar leest, vindt een scherpe waarnemer van het alledaagse, die met kalme precisie laat zien wat er in een vrouwenleven onuitgesproken blijft. Sinds 2022 verschijnt haar werk opnieuw in het Nederlands.

Biografie

Alba Carla Laurita de Céspedes y Bertini werd op 11/03/1911 geboren in Rome, als dochter van de Cubaanse diplomaat Carlos Manuel de Céspedes y Quesada en de Romeinse Laura Bertini. Haar grootvader, Carlos Manuel de Céspedes del Castillo, had in 1868 de Cubaanse onafhankelijkheidsstrijd ontketend en wordt in Cuba als vader van het vaderland vereerd; haar vader was in 1933 enkele maanden president van Cuba. Zij groeide op in een welgesteld, meertalig en antifascistisch gezin, waar Italiaans en Spaans naast elkaar klonken. Haar schrijftaal werd het Italiaans. Op vijftienjarige leeftijd, in 1926, trouwde zij met de Romeinse graaf Giuseppe Antamoro, een huwelijk dat haar het Italiaanse staatsburgerschap bezorgde en in 1931 werd ontbonden. In 1928 werd haar zoon geboren. De ervaring van een vroeg en mislukt huwelijk zou in haar werk telkens terugkeren.

In de jaren dertig werkte zij als journaliste voor onder meer Il Messaggero, Piccolo, Epoca en La Stampa, en in 1935 debuteerde zij met de verhalenbundel L’anima degli altri. Datzelfde jaar werd zij kort opgesloten in de Romeinse gevangenis Regina Coeli wegens antifascistische activiteiten. Haar eerste roman, Nessuno torna indietro (1938), over acht jonge vrouwen in een Romeins studentenpension, werd een internationaal succes en tegelijk een steen des aanstoots voor het regime, dat de herdruk tegenhield en de verfilming bemoeilijkte. Toen de jury van de Premio Viareggio haar in 1939 samen met Vincenzo Cardarelli wilde bekronen, werd het besluit op bevel van Mussolini ongedaan gemaakt. Ook de bundel Fuga (1940) werd verboden.

Tijdens de oorlog sloot zij zich aan bij het verzet. In 1943 vluchtte zij met haar latere echtgenoot, de diplomaat Franco Bounous, naar het bevrijde zuiden en sprak zij onder de schuilnaam Clorinda voor Radio Bari, de zender van het partizanenverzet. In 1944 richtte zij in Napels het tijdschrift Mercurio op, dat tot eind 1948 bestond en bijdragen bracht van Alberto Moravia, Natalia Ginzburg, Ernest Hemingway en Gaetano Salvemini. Haar huwelijk met Bounous, gesloten in april 1945, bracht haar naar Washington en Moskou; het paar ging in 1958 uit elkaar. Van 1952 tot 1958 schreef zij voor het weekblad Epoca de adviesrubriek Dalla parte di lei, waarin lezeressen haar vragen voorlegden over liefde, huwelijk en vrijheid, en in 1955 werkte zij mee aan het scenario van Le amiche van Michelangelo Antonioni.

De romans uit haar rijpe periode, Dalla parte di lei (1949), Quaderno proibito (1952), Prima e dopo (1955) en Il rimorso (1963), vormen de kern van haar oeuvre. Zij onderzoeken van binnenuit hoe vrouwen in het naoorlogse Italië gevangen raken tussen de verwachtingen van gezin en samenleving en hun eigen behoefte aan een innerlijk leven. Quaderno proibito, het geheime dagboek van een Romeinse huisvrouw, werd haar bekendste boek en werd bewerkt voor toneel en televisie. Vanaf de jaren zestig woonde zij voornamelijk in Parijs, waar zij in het Frans ging schrijven: de dichtbundel Chansons des filles de mai (1968), geboren uit de studentenopstand van mei 1968, en de roman Sans autre lieu que la nuit (1973), die zij zelf in het Italiaans vertaalde.

De Céspedes bleef haar leven lang verbonden met Cuba, dat haar in 1989 de Orde Félix Varela toekende, en werkte tot aan haar dood aan een autobiografische roman over haar familie, Con grande amore, die onvoltooid bleef en postuum verscheen. Zij overleed op 14/11/1997 in Parijs. Een week voor haar dood schonk zij haar archief aan de Archivi Riuniti delle Donne in Milaan. Lange tijd gold zij als een vergeten naam, maar de opname van haar romans in de reeks I Meridiani van Mondadori (2011) en de nieuwe vertalingen in het Engels en het Nederlands hebben haar sindsdien een vaste plaats bezorgd onder de grote Europese schrijfsters van de twintigste eeuw.

Premio Viareggio (1939), voor Nessuno torna indietro, toegekend door de jury samen met Vincenzo Cardarelli, maar op bevel van Mussolini geannuleerd
Orde Félix Varela (1989), Cuba, voor haar verdiensten voor de Cubaanse cultuur

Alba de Céspedes schrijft psychologische romans over het innerlijk leven van vrouwen in het Italië van de twintigste eeuw, vaak in de vorm van een dagboek, een brief of een lange bekentenis. Haar stijl is helder, ingehouden en precies: zij ontleedt het alledaagse huiselijke bestaan met een kalme aandacht die onder de oppervlakte een grote spanning laat voelen. De sociale kritiek blijft impliciet en krijgt haar kracht uit de stem van de vertelster zelf.